Klik hier voor de contactmogelijkheden.Klik hier om terug te keren naar de hoofdpagina.| Info oog | Verklaring termen | Faq | Even voorstellen | Checklist NGRC | Financiën | Nieuws | Resultaten | Klachtenreglement |
   


Informatie over uw ogen

Brillen en lenzen
Algemene begrippen over het oog
Refractie
Dioptrieën
Bijziendheid
Verziendheid
Astigmatisme
Presbyopia, leesklachten



Brillen en lenzen
Brillen; voor het eerst beschreven in 1300. Bij de introductie zal ongetwijfeld elk zinnig denkend mens gemeend hebben; "een bril, niet aan beginnen, we kennen nog niet alle negatieve effecten, eerst maar afwachten totdat deze bekend zijn."

Contactlenzen; sinds 1960 op de markt.

Gelijk de brillen werden ook deze aanvankelijk met veel reserve begroet, zijn nu vrijwel volledig ingeburgerd.
Niemand vraagt meer naar de mogelijke negatieve aspecten.


Voordelen:

Zichtafwijkingen kunnen in het algemeen bevredigend gecorrigeerd worden.

Hulpmiddelen zijn makkelijk te vervangen.

Zijn eenvoudig aan te brengen.

Zijn er in vele soorten en maten.

Nadelen:

Het blijven hulpmiddelen met alle nadelen van dien.

Beroepskeuze kan negatief beïnvloed worden.

Problemen tijdens sport beoefening.

Brilmontuur kan overgevoeligheid en kwaadaardige huidtumoren geven.

Contactlenzen kunnen overgevoeligheid en hoornvlies degeneraties geven.

Sterke brillenglazen geven gezichtsveldstoornissen langs de randen en beeldvervormingen.

Kans op blindheid door glasverwondingen (auto-ongelukken en vechtpartijen).


Algemene begrippen over het oog
Er bestaat veel misverstand over begrippen als verziendheid, bijziendheid en leesbrillen.
In principe moet onderscheid gemaakt worden tussen Verte zien en Dichtbij zien.

Het "in de verte zien" (objecten waarnemen op een afstand meer dan een meter, zoals autorijden, TV kijken e.d.) wordt verdeeld in:

Bijziendheid; het oog is te lang en/of het hoornvlies is te sterk gekromd. Het brandpunt ligt voor het netvlies.

Normaal oog, de combinatie hoornvlies en lens buigen het licht zo dat het brandpunt op het netvlies ligt.

Verziendheid; het oog is te klein en /of het hoornvlies te vlak

Naar boven

Deze aspecten worden dus bepaald door de combinatie lengte van het oog en kromming van het hoornvlies.
De lens in het oog is niet bol, plat als het glas in een raam.

Het dichtbij zien (Objecten zien op een afstand minder dan een meter zoals lezen, handwerk, computer) wordt daarentegen bepaald door het toename in de kromming van de lens. Dit wordt bereikt door een kringspier te laten samentrekken. De lens wordt boller en het lezen wordt makkelijker. Naarmate de leeftijd vordert neemt de mogelijkheid van de lens om van vorm te veranderen en dus het leesvermogen af.


Enige anatomische aspecten:

Lens – achter het regenboogvlies gelegen, afnemend flexibel in de loop het leven. Varieert in accommodatie vermogen van 25dpt bij geboorte tot geen op hoge leeftijd. Kan in geval van verziendheid ongeveer twee dpt zonder probleem corrigeren.

Hoornvlies- het heldere vlies dat geheel voor in het oog ligt. U ziet het alleen wanneer u vanaf de zijkant naar een oog kijkt.

Corpus Vitreum – dikke gel in het binnenste van het oog.

Retina – dunne membraan gelegen achter in het oog. Verwerkt binnenvallend licht tot elektrische impulsen welke worden doorgeleid naar de oogzenuw.

Oogzenuw- de nervus opticus bestaat uit miljoenen vezels welke lichtimpulsen naar de hersenen geleiden.


Naar boven

Het waarnemen is een zeer complex gebeuren. Alle onderdelen van het oog moeten optimaal samenwerken teneinde het best mogelijke zicht te geven.
Geringe variaties in deze ingewikkelde samenwerking kunnen aanleiding geven tot stoornissen in het zien.
De meest eenvoudige problemen zijn wel de refractieve afwijkingen als bijziendheid, verziendheid en astigmatisme. Deze werden gewoonlijk gecorrigeerd met brillen en contactlenzen. De mate van afwijking wordt uitgedrukt in dioptrieën.


Refractie
Lichtstralen afkomstig van een object meer dan een meter bij ons vandaan, reizen evenwijdig aan elkaar door de ruimte.
Wanneer u achter een raam staat ziet u alle objecten op de juiste grootte. De evenwijdige lichtstralen worden blijkbaar niet van richting veranderd. Zij worden niet “gebroken”.
Wat dit inhoudt realiseert u zich zodra een stok in het water wordt gehouden. De stok lijkt gebroken!

Als kind heeft u wellicht een vergrootglas in handen gehad. U weet dat door dit glas lichtstralen worden afgebogen naar een punt, het brandpunt. Een vergrootglas is aan de randen dunner dan in het midden, het is een positief glas.
De richting van een lichtstraal welke door een doorzichtig voorwerp, een glasplaat of een brillenglas, gaat, wordt veranderd. De straal wordt "gebroken". Er vindt refractie plaats.
Wanneer de lichtstralen echter door een gebogen stukje glas, plastic of ander materiaal gaan veranderen zij van richting.

Een bolle lens, in het midden dikker dan aan de rand, doen de lichtstralen naar elkaar buigen (convergeren).
Een holle lens, in het midden dunner dan aan de rand, doen de lichtstralen uit elkaar gaan (divergeren)
De bolle lens heet plus glas. De holle lens is een min glas.


Dioptrieën
Refractie afwijkingen en brilsterktes worden uitgedrukt in dioptrieën (dpt).
Dit is een eenheid voor lichtbrekende kracht.
Een glas met een sterkte van drie dioptrieën buigt evenwijdige lichtstralen naar een punt op een afstand van 100/3 cm = 33 cm van de lens. In een oog breekt het hoornvlies in het algemeen 41, de lens ongeveer 21 dioptrieën.

In vergelijking hiermee behoeft het oog in het algemeen slechts weinig bijsturing.
Het merendeel van afwijkingen ligt tussen +15 en –25 dpt.
Cilinders worden ook in dioptrieën weergegeven. Een cilinder kan zowel als plus of als min worden geschreven.
Hier echter is de richting, de as van de cilinder van belang.
Uw brilrecept geeft in het algemeen uw sterkte goed weer. Het kan er als volgt uitzien: S+1.5 C-2.0 as 180.
Dit betekent:
Sterkte spherisch +1.5 sterkte cilinder ter correctie van het astigmatisme -2.0.
De richting van de cilinder is 180 graden, deze is horizontaal.

Na het veertigste jaar krijgt men meestal een leestoeslag op de vertecorrectie.
Dit herkent men aan de mededeling additie (een getal tussen 0.5 tot 3.5).

Naar boven


Bijziendheid (= Myopie)
Bij een normaal oog vallen beelden precies op het netvlies.

Vaak groeit het oog en ook de kromming van het hoornvlies nog door.

Wanneer de kromming van het hoornvlies de lichtstralen te veel afbuigen zal de beeldvorming voor het netvlies plaatsvinden.

De eigen lens die bij de verziendheid nog wat kan meehelpen, is in dit geval niet in staat iets te doen. Het beeld zou immers nog verder naar voren komen en verslechteren Het beeld in de verte is wazig.
Men zou kunnen zeggen dat het hoornvlies de lichtstralen te veel buigt.
Een "voorbewerking" door middel van "tegen buigen" zou zinvol zijn.
Om dit te bereiken plaatsen we een negatief glas voor het oog.

Ter correctie van bijziendheid worden min glazen, midden dunner dan aan de rand, gebruikt.
In geval van bijziendheid ligt het brandpunt voor het netvlies.
De min (-) glazen verminderen de breking zodat
het brandpunt meer naar achteren komt te liggen.


Verziendheid (= Hypermetropie)
Stelt u zich een ping-pong bal voor waarvan de voorzijde is verwijderd en vervangen door een stukje vensterglas.
Het binnenkomende licht vervolgt ongebroken zijn pad. Er vindt geen beeldvorming plaats en op de achterkant van de ping-pong bal is een wazige lichte vlek zichtbaar.

Wanneer we het vensterglas vervangen door een stukje gebogen glas dan zal zich een brandpunt vormen.
Aanvankelijk zal dit nog ver achter het oog liggen, maar naarmate de buiging toeneemt komt het brandpunt meer naar voren. 
De kromming zal ingeval van verziendheid echter nimmer voldoende zijn het brandpunt op het netvlies te krijgen.
Uiteindelijk ligt het op het netvlies.

De hersenen merken dat het beeld niet scherp is.
De eigen lens wordt "gestimuleerd" mee te helpen.
De kringspier van de lens zal aanspannen, de lens zal boller worden en het brandpunt komt verder naar voren. Wanneer het beeld scherp is ligt het op het netvlies.
Deze activiteit, accommodatie, genoemd is niet schadelijk. Wel kan aan het eind van een dag vermoeidheid en hoofdpijn ontstaan.

Het dragen van een plus glas voorkomt in het algemeen deze klachten. Tevens wordt het zicht scherper. Plus (+) dioptrieën duiden op convexe lenzen (midden dikker dan de rand).
De plus wijst erop dat extra buiging aan de lichtstralen wordt gegeven.
Hiermee neemt het de werking van de eigen lens over.
De eigen ooglens kan gedurende vele jaren door accommodatie het beeld op het netvlies projecteren. Hierdoor hebben vele zwak verzienden een groot deel van hun leven geen brillen en contactlenzen nodig.
Wel ervaren zij eerder, rond het 35-ste in plaats van het 40-ste jaar, leesklachten.

Naar boven


Astigmatisme
Velen zullen zeggen dat zij wel heel bijzonder zijn.
Immers de opticien heeft gezegd dat zij een "… cilinder of astigmatisme …." hebben.
Wat betekent dit?
Een scherpe afbeelding in een fototoestel wordt pas verkregen wanneer de instelling van de lenzen goed is. Om dit te bereiken mag ook niets mankeren aan de vorm van de lens. Deze lens moet bijvoorbeeld in alle richtingen gelijkmatig gekromd zijn.
Astigmatisme is een refractie- of brekingsafwijking van het oog, waarbij de lichtstralen in één as (bijv. horizontaal) anders gebroken worden dan in de andere as (bijv. verticaal).
Meestal is dit het gevolg van een ongelijke kromming van het hoornvlies.

Het hoornvlies heeft ook een zekere flexibiliteit.
Een vergelijking met een flexibele half harde lens dring zich op.
Bij een zuurstof doorlatende contactlens die u tussen duim en wijsvinger voorzichtig samenknijpt, neemt de kromming tussen de vinger toe. In de andere richting wordt de kromming minder. Wanneer het hoornvlies, bijvoorbeeld door de oogleden wordt ingedrukt neemt de kromming in verticale richting toe, terwijl het in de horizontale richting minder wordt.
Door deze vorm verandering ontstaan een groot aantal brandpunten.
Een onscherp beeld is het gevolg.

Meer direct merkt u het effect wanneer u met een vinger op het oog drukt.
Soms gaat u beter, soms slechter zien.
U heeft de kromming van het hoornvlies veranderd en daardoor is de stralengang gewijzigd.
Velen hebben een zeker verschil van kromming over de verschillende richtingen (assen) van het hoornvlies.
U kunt natuurlijk niet de gehele dag met een vinger tegen het oog rondlopen. Hier biedt een cilinder geslepen glas uitkomst.
U vindt de sterkte van dit glas terug in de C notitie op uw bril recept.
Een andere optie is het dragen van een harde, bij voorkeur zuurstof doorlatende, contactlens. Het dunne laagje traanvocht tussen de binnenzijde van de lens en het hoornvlies geven een gelijkmatige buiging van licht en dus een goed beeld.

Een laser behandeling lost het probleem goeddeels op, evenals het op de juiste plaats aanbrengen van de snede bijvoorbeeld tijdens het implanteren van een intra-oculaire contactlens.

De correctie van astigmatisme wordt weergegeven in dioptrieën en de richting waarin de cilinder geslepen is. Een astigmatisme minder dan een dioptrie levert in het algemeen geen grote zichtproblemen, met name niet overdag wanneer de pupil klein is. Afhankelijk van de ernst kan astigmatisme wel een probleem vormen zodra de pupil groter wordt.
Wanneer het oppervlak van het astigmaat hoornvlies glad is spreken we van regulier astigmatisme. Is dit niet het geval, bijvoorbeeld door beschadiging, dan zal irregulier astigmatisme bestaan. Dit laatste kan inhouden dat het zicht ongeacht de beste correctie niet optimaal kan zijn. Het effect van irregulier astigmatisme komt het meest tot uiting zodra de pupil wijd is of bij het bekijken van sterk contrasterende objecten met geringe verlichting (films in een bioscoop).


Presbyopia, leesklachten
Vrijwel iedereen, ongeacht het zicht, heeft uiteindelijk leesglazen nodig.
Er zijn twee uitzonderingen.
Mensen met uitzonderlijk zicht en bijzienden met een afwijking hoger dan -3.
Mensen met matige bijziendheid kunnen, vaak tot na het 60-ste jaar, blijven lezen en objecten dichtbij zien zonder leesbril. Het enige dat zij hoeven te doen is hun eigen bril afzetten.
Zodra dit gedaan is hebben zij in feite over de eigen min bril een plus bril van gelijke sterkte opgezet. Immers het totaal resultaat is nul. Dit komt overeen met een geen-bril situatie.

Op jonge leeftijd is het leesvermogen van de lens ongeveer 25 dpt.
U kunt dan iets op 100/25 =4 cm waarnemen. Dagelijks wordt een minuscule hoeveelheid “gel”in de lens, een afgesloten zakje afgescheiden. Hierdoor wordt de lens minder flexibel.
De leescapaciteit neemt af. Voor het kunnen lezen op een afstand van 30 cm heeft u een lenskracht van 100/30=3 dpt nodig. Normaal bereikt het oog dit op de leeftijd van 40 jaar.
U merkt dit goed wanneer u verziend bent.
In dat geval moet de lens al een deel van zijn kracht gebruiken om in de verte te zien.
Reeds rond het dertigste jaar ontstaat er een tekort aan leeskracht.
De opticien geeft u een leesbril. In feite is dit een correctie voor het verte deel. U bent namelijk nog te jong voor een leesbril.
Ook bij een normaal oog zult u een leesbrilletje nodig gaan hebben. Alleen wanneer u bijziend, min dus, bent heeft u geen leesbril nodig. De behoefte aan leeshulp neemt met de leeftijd toe. Op het 50 ste jaar heeft u een leesbril met een sterkte van 1.5 dpt. nodig. Deze bril komt bovenop uw verte bril. Heeft u geen vertebril ( normaal oog) dan wordt uw leesbril plus 1.5. Bent u verziend bijvoorbeeld 2 dpt. dan wordt uw totale leesbril behoefte dus 2 +1.5= 3.5 dpt. Mocht u bijziend zijn bijvoorbeeld -1.5 dan wordt de totale leesbril sterkte -1.5+1,5=nul. U heeft dan dus geen leesbril nodig. Het is dus eenvoudigweg een optelsom.
Rond uw zestigste is de lens niet meer in staat de benodigde leeskracht (accommodatie) te leveren om te kunnen blijven lezen. U heeft een maximale leesbril vervanging nodig. De grap is dat bij een bijziendheid van -3,0 nog steeds zonder bril kunt lezen. In deze situatie echter zal het vertezicht onbevredigend ( ongeveer 10%) zijn.

Nu vraagt een bijziende om normaal te worden gemaakt. Net zo goed zien als nu met bril maar dan zonder is het vaak gehoorde uitgangspunt. Dit betekent echter automatisch dat iemand met een kantoor baan na het 40-ste jaar een leesbril nodig zal hebben.
Men heeft dan de ene bril ingeruild voor de ander. Vaak wordt dit aspect niet onderkend of begrepen. Oogartsen doen hun best u deze natuurkundige aspecten bij te brengen. Enig begrip van uw zijde is echter onontbeerlijk. Van u wordt verwacht dat u er moeite voor doet een en ander te begrijpen. Oogartsen noch ingenieurs noch uw eigen lichaam is in staat u het onmogelijke te leveren.
Het valt zeker te overwegen een lichte mate van bijziendheid niet te laten behandelen.
Het gemak van te kunnen lezen zonder bril en redelijk, niet 100%, zicht in de verte. Is op zich een goed compromis. Het gedurende het grootste deel van uw leven acceptabel in de verte zien en aan aantal jaren ook nog kunnen lezen zonder bril zou uw doel kunnen zijn. Met het bereiken van dit doel zou u een tevreden persoon kunnen zijn.

Naar boven



 

 

| Contact | Ervaringen van behandelden | Overige wetenswaardigheden | Behandelovereenkomst | Privacyreglement | Links | Sitemap |

wordpress visitor
Eye-Q-Vision   -    Amstelveen

  Op deze website treft u informatie aan over:
Info oog, Verklaring termen, Faq, Even voorstellen, Checklist NGRC, Financiën, Nieuws, Resultaten, Klachtenreglement,
 Ooglaseren: wat vooraf gaat, Mechanische technieken, Laser technieken, Tijdens (de ingreep), Na de behandeling, Bijeffecten laser,
Implantlens: wat vooraf gaat, Kunstlensimplantatie, Tijdens (de ingreep), Na de behandeling, Bijeffecten implant, Overige behandelingen, Stichting oogzorg Amstelveen,
Contact, Ervaringen van behandelden, Overige wetenswaardigheden, Behandelovereenkomst, Privacyreglement, Links,