Overige wetenswaardigheden
-
Kwaliteit in de kliniek
-
Behandeling van keratoconus en keratectasie ten gevolg van Lasik, Lasec, PRK,
EQ-Lase en Epi-lasik
- Wavefront technologie
- Wat is
Wavefront (golffront) eigenlijk?
- Hoe meten we een
golffront?
Kwaliteit in de kliniek
Binnen de kliniek streven wij ernaar u een behandeling aan te bieden tegen de
beste prijs/kwaliteit verhouding. We zijn sinds enkele jaren al de voordeligste
op het gebied van ooglaseren, nu willen we ook aantonen de hoogst haalbare
kwaliteit te leveren.
Ons uitgangspunt is "kwaliteit hoeft niet duur te zijn"
In onze kliniek wordt gewerkt volgens de Basic Operation Manual.
Dit is een digitaal handboek dat is gebaseerd op de normen van het ZKN keurmerk
(Zelfstandige Klinieken Nederland) met dé extra voorwaarden om aan het ISO
9001:2008 keurmerk te voldoen.
Daarnaast wordt er voor elke behandeling gebruik gemaakt van cockpitprocedures
met checklisten.
Klik hier
om het
artikel over cockpitprocedures te lezen dat onlangs is verschenen in het Medisch
Contact.
Uw oogarts zal, indien u geïnteresseerd bent, er tijdens uw bezoek alles over
uitleggen.
Behandeling van keratoconus en keratectasie ten gevolge van Lasik, Lasec, PRK,
EQ-Lase en Epi-lasik
Soms gaat het mis. Onwetendheid, cowboy gedrag en winstbejag maken dat soms ten
onrechte laserbehandelingen worden uitgevoerd. Een andere oorzaak kan zijn dat
de arts toegeeft aan de druk van een patiënt een herbehandeling te verrichten.
Het hoornvlies wordt locaal te dun. Het verzwakt en gaat geleidelijk een naar
voren uitpuilende onregelmatige kegel vormen. Keratoconus of
keratectasie is ontstaan.

Vrijwel altijd
ligt de afwijking aan de onderzijde van het hoornvlies. Aanvankelijk wordt
gedacht aan een meer dan normaal astigmatisme. In de beginfase wanneer het
astigmatisme nog beperkt is kan een bruikbaar zicht worden bereikt met een bril.
Een zuurstof doorlatende harde contactlens kan worden gebruikt ingeval het
astigmatisme te hoog en het zicht minder wordt. Toename van de afwijking leidt
tot littekenvorming in het hoornvlies. Ongeveer 50% van de keratoconus patiënten
ervaart verder weinig klachten. De cornea stabiliseert na een aantal jaren
zonder verder ernstige visuele problemen te geven.
Voorheen was het gewoonte de keratoconus te corrigeren met een hoornvlies
transplantatie (Perforerende Keratoplastiek, PKP). Deze techniek is gekenmerkt
door een lange genezingsperiode en onvoorspelbaar resultaat. Daarbij komt dat de
keratoconus kan terugkomen ondanks de PKP.
Gelukkig zijn de laatste tijd twee nieuwe technieken ontwikkeld welke
aanmerkelijk minder invasief zijn.
Een van de technieken C3-R (Corneal Collagen Crosslinking met Riboflavin) heeft
aangetoond een zwakke hoornvlies structuur te versterken middels verbetering van
de dwarsverbindingen.
Deze verbindingen voorkomen dat het hoornvlies kan doorbuigen en vervormen zoals
bij keratoconus. De C3-R behandeling wordt poliklinisch gedaan. Gedurende 30
minuten wordt het hoornvlies van korte afstand beschenen met ultraviolet licht.
Tijdens de activiteit wordt het oog elke drie minuten met Riboflavin gedruppeld.
Het licht activeert het Riboflavin.
Uit zowel onderzoek als de praktijk blijken de dwarsverbindingen toe te nemen.
Tevens blijkt de techniek veilig voor mensen.

Een andere
techniek welke meer en meer onder de aandacht komt is die waarbij een dunne
plastic ring in een smalle vooraf geprepareerde geul in het hoornvlies wordt
geschoven.
De heldere halfcirkelvormige plastic ringen dragen de namen Intacs en Ferrara
ringen. De ringen zorgen voor een structurele versteviging van het hoornvlies.
Het belang van de techniek is dat verlies van weefsel wordt voorkomen.
Een tweede voordeel is dat de ringetjes zich niet in de zogenaamde optische as,
daar waar de lichtstralen doorgaan, bevinden.

De ringetjes
worden onder druppel verdoving ingebracht. Het maken van de gleuf is bij de
huidige techniek in geval van Intacs iets meer ingrijpend dan bij de Ferrara
ringen. Met de komst van de Femtosecond laser is de procedure verder
vereenvoudigd. De ringen laten zich eenvoudig verwijderen. De procedure is
derhalve vrijwel volledig te herstellen (op de gleuf na immers).
De onderhoudsloze ringen herstellen in zekere mate de vorm van het hoornvlies.
Zij zijn echter niet in staat in belangrijke mate bijziendheid, verziendheid of
astigmatisme te corrigeren.Voor dit doel worden zij ook nauwelijks gebruikt.
Een bril is dan ook vaak nog nodig na implantatie.
Hoewel zowel Riboflavin-ultraviolet licht behandeling als de ringen afzonderlijk
kunnen worden gebruikt gaan geleidelijk meer stemmen op de technieken te
combineren.
Door de toename van Lasik en andere laser technieken zullen zeker in de toekomst
aanmerkelijk meer gevallen van keratoconus en keratectasie gaan ontstaan. Met
name wanneer operateurs de overigens internationaal geaccepteerde
weefselondergrens van 370 zullen gaan benaderen. Door deze activiteit kan het
hoornvlies onvoldoende stevigheid houden.
Eye-Q-Vision vaart een zekere veilige koers. Weefsel verlies zal niet leiden tot
een hoornvlies minder dan 410 micron dik. De kans op de afwijkingen is hierdoor
lager. Ook is Eye-Q-Vision in het bezit van zeer geavanceerde apparatuur waarmee
de kans op het optreden van de afwijkingen kan worden bepaald. Mocht dat zo zijn
dan worden met u de verschillende alternatieven besproken.
Naar boven
Wavefront technologie
Ongeveer 10 jaar geleden werd Wavefront geïntroduceerd. De verwachtingen waren hooggespannen. Veel centra stimuleerden de verkoop van deze techniek door de mensen “arendsogen” te beloven. Helaas is de verwachting niet uit gekomen.
Waar gaat het om?
Het mooiste beeld zou men verkrijgen wanneer het hoornvlies zo glad is als een biljartbal. Het vertoont echter meer gelijkenis met een gehaktbal. De testen, bij Eye-Q-Vision worden deze standaard volgens de Tracey techniek gedaan, drukken de onregelmatigheden in het optisch systeem uit in bepaalde waarden. Defocus is één hiervan. (Ingeval u aan de lens van een projector draait wordt het beeld onscherp). De waarden welke de conditie van uw systeem beschrijven zijn dus al bij het vooronderzoek bekend. De oogarts kan ze met een eenvoudige druk op de knop op zijn scherm naar voren roepen. De fouten kunnen zijn gelegen in de conditie van uw hoornvlies (corneale abberaties) of in de lens
(internal optics).
De laatste jaren is men sterk gaan twijfelen aan het nut van Wavefront toepassing. Zo meende een Duits hoogleraar dat wavefont alleen zin heeft bij correctie van een harde ondergrond. Bij het oog zou het absoluut niet werken. Een andere reden van teleurstelling is waarschijnlijk gelegen in het ongenuanceerd gebruik van de techniek. Inmiddels is voldoende van
Wavefront bekend om te stellen dat correctie van de corneale afwijkingen mogelijk zinvol kan zijn. Het zicht zou tijdens schemer mogelijk verbeteren.
Correctie aan het hoornvlies van de afwijkingen in de lens, de internal optics, zou absoluut geen effect sorteren.
Het
klakkeloos toepassen van Wavefront, vaak om commerciële redenen, heeft een negatief effect op de resultaten.
Tijdens uw vooronderzoek wordt met de zeer moderne Tracey Software bekeken welke van de twee oorzaken bij u spelen.
Wanneer het corneale aspecten zijn wordt
Wavefront uitgevoerd.
Wavefront meet alle fouten in het optische systeem. De "fouten" kunnen
afzonderlijk worden weergegeven.
Voor de ingreep kunnen we deze bekijken en beoordelen of ze voor correctie in
aanmerking komen.
Een correctie van alle fouten wordt vandaag de dag niet zinvol meer geacht.
Alleen de in het hoornvlies aanwezige fouten komen hiervoor in aanmerking. Daar
door verschillende deskundigen ernstig getwijfeld wordt aan het nut van
wavefront achten wij het niet netjes u voor het toevoegen van een dubieus
product extra kosten in rekening te brengen.
Onder het motto baat het niet, het schaadt ook niet voegen wij het gratis toe.
Naar boven
Wat is Wavefront (golffront)
eigenlijk?
Het woordenboek omschrijft golffront als; een imaginaire 2D-oppervlakte
voorstelling zoals voorgesteld door de doorlopende rode lijnen in figuur 2,
waarbij lichtstralen gaand door een medium in de ruimte samenkomen in één punt.
Een bundel van evenwijdig het oog binnentredende lichtstralen zou een vlak
golffront moeten hebben. Dit houdt in dat “elk punt” van elke lichtstraal op
hetzelfde moment het denkbeeldige oppervlak voor het oog zou moeten bereiken. Na
passage van onder andere het hoornvlies ontstaat een gebogen golffront omdat de
afstand naar de rand toeneemt en de loopsnelheid verschilt. Het golffront wordt
gebogen.

In geval van bijziendheid (myopie) raakt het golffront meer gebogen daar de
kromming van het hoornvlies in het algemeen toeneemt. (zie figuur 3)

We berekenen (in microns) het verschil tussen een ideaal golffront en het
actuele golffront over de gehele oppervlakte van het optische systeem. Wanneer
het actuele golffront voorligt (reist sneller en verder gedurende de zelfde
periode) op het ideale golffront ontstaan plus uitslagen. Loopt het actuele
golffront achter bij het ideale golffront dan bestaan negatieve waarden.
We kunnen deze afwijkingen van het ideale front weergeven op een
kleurpresentatie (zie figuur 4).

Zojuist werden de verschillen getoond van twee golffronten welke
slechts enigermate sferisch van elkaar verschillen.
We weten echter dat de optische onderdelen van het oog niet exact sferisch of
asferisch zijn. Het golffront zoals dat gemeten wordt bij een menselijk oog is
vrijwel altijd irregulair afwijkend van het ideale golffront. Dit omdat
bijvoorbeeld de voorzijde van het hoornvlies niet ideaal glad is.

De verschillen tussen het actuele golffront en een ideaal golffront worden
aberraties of fouten genoemd. In 1934 beschreef Frits Zernike een aantal
formules (polynomials) welke aberaties konden beschrijven. Elke polynomial stelt
een vorm van optische aberratie voor. Op deze wijze kan irregulair golffront
worden omschreven als coëfficiënten (vermenigvuldigingen voor elk van de modes)
welke wanneer als geheel genomen de wavefront map (figuur 6) reconstrueren, maar
welke elk voor zich duidelijk elke afwijking tonen. In figuur 7 zijn de Zernike
afwijkingen tot en met de 6e orde weergegeven.

De coëfficiënten van elke Zernike afwijking zijn uitgedrukt in microns. De
variantie, verschil tussen het verwachte ideale golffront en het feitelijk
gemeten front is het kwadraat van de coëfficiënt van de afwijking. De variantie
van de totale afwijking is de som van elke kwadraat. Zo is de totale afwijking (RMS)
van bijvoorbeeld de afwijking coma ter grootte van 0.4 micron in combinatie met
0.3 micron trefoil de volgende:

Naar boven
Hoe meten we een golffront?
Er bestaan 4 technieken:
1 - Harmann-Shack
2 - Tscherning
3 - Differentiële skiascopie
4 - Ray Tracing
De Hartmann-Shack techniek is lang in gebruik geweest in de optische
industrie teneinde kleine afwijkingen te meten aan optische elementen zoals
telescoopspiegels. Figuur 8 geeft een schematisch beeld van de techniek zoals
gebruikt bij een oog. Een laser wordt gebruikt voor het creëren van een
puntvormige lichtvlek op het netvlies. Dit punt kaatst licht terug door de
pupil. De stralengang door de optische structuren van het oog heeft een
frontgolf (wavefront) opgewekt. De teruggekaatste stralen passeren door een
plaat met kleine lensjes. (gewoonlijk 200-1400 lensjes van 8x8mm). Het licht
wordt vervolgens geprojecteerd op een CCD welke zich achter elk lensje bevindt.
Wanneer de stralen door afwijkingen in de gepasseerde onderdelen van het oog
zijn beïnvloed zal de projectie niet in het centrum van een CCD bevinden maar
meer naar de zijkant.
 
De software bepaalt de plaatst van elke projectie in relatie tot de verwachte
centrale projectie. Vervolgens wordt de vorm van het Wavefront berekend. Figuur
8 laat een ongestoord beeld zien. Echter, naarmate afwijkingen toenemen, kunnen
projecties verschuiven naar, in of voorbij de projectie vanuit een naburig
lensje. Deze verschuivingen en met name wanneer de projectie die vanuit een
ander lensje passeert, kunnen fouten in de metingen geven.
Figuur 9 toont een Hartmann-Shack beeld voor een licht afwijkend oog. Het beeld
illustreert de moeilijkheden welke deze meettechniek met zich meebrengt bij het
bepalen van het centrum van elke projectie welke in intensiteit, vorm en
positie afwijkt van aanliggende projecties.

Een beperking van de techniek is het meten aan sterk afwijkende ogen en nauwe
pupillen. Bij een nauwe pupil neemt het aantal door de vast opgestelde lensjes
vallende stralen af
De Tscherning methode projecteert een vast patroon van lichtpunten door
de optische elementen van het oog op het netvlies. De projectie van de
afgebeelde punten wordt dan bekeken via een buiten het oog aanwezige CCD camera.

Gelijk aan de Harmann-Shack methode vindt de software de locatie van alle
lichtpunten uitgaande van een verwachte positie. Veranderingen in de vorm van
het patroon op het netvlies komt overeen met afwijkingen in het oog. Deze
methode, weergegeven in het bovenstaande schematische diagram kent hetzelfde
probleem als de Hartmann-shack methode. Wanneer alle punten gelijktijdig worden
bepaald ontstaat in een sterk onregelmatig oog verwarring over de oorsprong van
elk punt.
Differentiële Skiascopie
is het op een geautomatiseerde wijze uitvoeren van een “lichtbundel onderzoek”
ofwel skiascopie. Bij dit onderzoek kan met een brekings afwijking bepalen door
te kijken naar de wijze waarop lichtbundels zich in het oog gedragen. Het
netvlies wordt gescand met een infrarode lichtstraal terwijl het verschil in
tijd tussen in- en uit-trede wordt gemeten met over 360 graden roterende
lichtgevoelige elementen. Het figuur hieronder is een schematische voorstelling
van het Nidek OPD systeem.
De techniek van differentiële skiascopie heeft twee nadelen.
Ten eerste is het gescande gebied slecht 2 x 6 mm. Het centrale gebied van het
optisch systeem wordt niet geanalyseerd.
Ten tweede is het lastig radiaire symmetrische aspecten te meten daar het
systeem langs de meridianen meet. Het systeem zal dan ook afwijkingen als
Trefoil, Tetrafoil en Pentafoil onder- of over-corrigeren.

Het Ray Tracing systeem van Tracy Technologies projecteert een smalle,
evenwijdig aan de zichtas lopende, laser straal door de pupil. De plek waar deze
straal de retina treft wordt bepaald door het vastleggen van teruggekaatst
licht. Dit licht wordt op zijn beurt afgebeeld op een lichtgevoelige plaat
(sensitive linear array). Figuur 12 is een schematische voorstelling van deze
techniek. Zodra de positie van punt 1 is bepaald verschuift de laserstraal naar
een nieuwe positie waarna voor het teruggekaatste licht dezelfde procedure wordt
gevolgd. Deze metingen worden gecontinueerd totdat alle 256 punten zijn gemeten.
Zou het oog emmetroop (geen correctie voor verzien nodig hebben) zijn dan zouden
alle punten in één punt op de macula samenvallen (figuur 12). Onregelmatigheden
in het pad van elke straal door hoornvlies en lens geven verschuiving van de
projectie op het netvlies. Dit is grafisch weergegeven voor een bijziend (myoop)
oog en een verziend (hypermetroop) oog in figuur 13.

Wanneer een aantal punten achtereenvolgens via de pupil op het netvlies wordt
afgebeeld verschijnt een patroon. Dit wordt in figuur 14 weergegeven. Ray
tracing heeft verschillende voordelen boven andere technieken. Het opeenvolgend
meten van gegevens betekent dat er is geen misinterpretatie van de analyse
tussen de positie van een punt bij binnenkomst in de pupil en de plek waar dat
punt wordt waargenomen op de retina, aangezien elke punt separaat en na het
vorige wordt geobserveerd. Dit betekent dat sterk afwijkende ogen nu ook
betrouwbaar kunnen worden gemeten met ray tracing technologie.
Daar de stralen gang softwarematig wordt gestuurd kan het systeem de projectie
zodanig aanpassen dat alle 256 punten door de pupil worden geprojecteerd
ongeacht of deze twee of acht millimeter is.
Daar door middel van “lineaire stralen detectors” elk punt separaat wordt
gemeten is de lokalisering van het centrum van elk punt nauwkeuriger dan met de
Hartmann-shack of Tscherning technologi mogelijk is. Figuur 15 laat de werkwijze
van de i-Trace software zien.

Naar boven
|